Zomerkamp-special: wat komt allemaal kijken bij een programma? 

Vorige keer vertelden we jullie over het uitzoeken van een geschikt terrein voor een groot zomerkamp met ruim 200 deelnemers. De locatie van ons Internationaal Zomerkamp met de Engelsen is inmiddels gevonden: De Kluis in Sint-Joris-Weert, België. We kunnen het nu gaan hebben over het programma. Wat gaan we doen, wanneer gaan we dat doen, hoe komen we daar, wat hebben we nodig, en wie doet wat?

Je staat er misschien niet bij stil, een programma maken voor 10 dagen zomerkamp is best wel een uitdaging. Helemaal als het kamp bestaat uit een combinatie van gezamenlijke activiteiten en activiteiten per subkamp (jongensscouts, meisjesscouts en explorers). Uiteraard zijn er wat vaste elementen (zie bijvoorbeeld verderop) en die plannen we snel in. Maar dan begint het pas. De scoutsleiding kiest een thema en gaat daarna voor iedere ochtend, middag en avond activiteiten plannen die passen binnen dit thema. Een aantal activiteiten wordt “ingekocht” doch het overgrote deel van de activiteiten bereidt de leiding zelf voor. En gek genoeg kan dat programma soms zelfs nog één dag voordat we op kamp gaan wijzigen… Voor de explorerbegeleiding ligt de uitdaging om voldoende overnachtingsadressen te vinden om alle expeditiegroepjes zo’n vier dagen op pad te sturen met dagelijks acceptabele loopafstanden tussen de overnachtingsplekken.

De vaste prik

Laten we eens uit gaan van een standaard zomerkamp (wat het 1e Internationale Zomerkamp eigenlijk (nog) niet is). Dan kunnen we best al het een en ander inplannen. Om te beginnen de heenreis en de kampopbouw. Meestal komen we zo rond het middaguur aan op een kampterrein en dan hebben we de rest van de dag nodig om tenten op te zetten, tafels te maken (pionieren) om aan te eten, en alles een beetje op orde te krijgen voor de rest van het kamp. Zo kunnen we vanzelfsprekend de afbouw en de terugreis ook al inplannen. Een ander vast element is het zwemmen in een zwembad of recreatieplas. Dat doen we meestal zo halverwege het kamp. Waarom? Nou, dan worden de kinderen weer schoon voor de tweede helft (waarna bij thuiskomst de douche wacht). Het laatste vaste element is het kampvuur op de laatste avond van het kamp. Hier passeren de ‘klassiekers’ de revue waarbij veel nummers met beweging en voeren alle onderdelen een act op.

En dan de rest

Want we hebben nog maar zo’n 3 van de 10 dagen gevuld! Scouts starten dus met een thema. Bij Welpen kun je uit de voeten met iets als “Piraten” of “Cowboys”, maar Scouts zijn daar iets te oud voor. Het moet vaak iets uitdagender. Zo hadden de meisjesscouts enkele jaren geleden het thema “Wie is de mol?”. Met de keuze voor een thema volgt een een verhaallijn en dan worden de activiteiten daarbij bedacht. Met nog 7 dagen te vullen en 3 dagdelen per dag (ochtend, middag en avond) zijn dat dus 21 dagdelen. Een keer een spel in een stad of dorp in de buurt, een keer een bouwwerk maken of simpelweg een middagje nagels lakken. En voor die activiteiten moet er rekening worden gehouden met een logische opbouw in de verhaallijn van het thema en een goede balans tussen drukke en rustige momenten.
Al met al heeft het dus nog best wat voeten in de aarde, zo’n zomerkamp! Gedurende het hele seizoen worden de voorbereidingen getroffen en activiteiten verzonnen. Maar als de Scouts en Explorers dan na 10 dagen kamp moe en voldaan terug zijn, geeft dat toch wel een heel tevreden gevoel.

Related Posts